Nieuwe media en politieke participatie, een geslaagd huwelijk?

De politieke participatie in vele westerse democratieën daalt. Misschien kan nieuwe media redding brengen. Zij kennen immers een groter bereik en zijn makkelijk en bovendien zo goed als gratis toegankelijk. Digitale utopisten doet het dromen van een samenleving gebaseerd op directe democratie in plaats van op de huidige representatieve democrate. Wat is dat nu precies die cyberdemocratie en hoe realistisch zijn de dromen over een democratisch utopia?

Cyberdemocratie

Volgens Ogden verwijst cyberdemocratie naar de uitoefening van democratische principes in de cyberruimte. Deze ruime definitie impliceert dus dat al wie actief is in de cyberruimte, hierna het internet genoemd, kan bijdragen aan de democratie. Cruciaal bij de theorievorming rond cyberdemocrtie zijn de concepten sociaal kapitaal en publieke sfeer.

Sociaal kapitaal zou je simplistisch de lijm van het samenleven kunnen noemen. Preciezer is het te defininiëren als het netwerk, het vertrouwen en de wederkerigheid van sociale acties van een individu (bron: nota’s politieke sociologie). Sociaal kapitaal speelt een cruciale rol bij het participeren in een samenleving. Putnam en zijn collega’s (1994) koppelden  sociaal kapitaal aan verenigingen. Volgens hen spelen verenigingen een belangrijke rol bij het opbouwen van sociaal kapitaal. Individuen kunnen hun sociaal kapitaal gebruiken in een publieke sfeer. Dat is een plaats waar burgers kunnen deelnemen aan democratische processen (Hague & Loader, 1999).  Met het ontstaan van het internet is die ruimte aanzienlijk vergroot. Er zijn niet alleen nieuwe vormen ontstaan zoals discussies op fora, online petities of online een politicus volgen, face-to-face communicatie is bovendien niet langer noodzakelijk. Habermas waarschuwde al dat dat soort communicatie echter noodzakelijk blijft in een publieke ruimte.

Politici maken tegenwoordig gretig gebruik van nieuwe media. Veel politici schrijven een blog  of houden hun volgers via Facebook op Twitter op de hoogte van hun doen en laten. In 2010 was er even ophef nadat toenmalig minister van Ondernemen en Vereenvoudig Vincent Van Quickenborne tweets verstuurd had tijdens een gesloten ministerraad.  Nieuwe media zijn vandaag ook onmisbaar in verkiezingscampagnes. Claire Cain Miller, een journaliste bij The New York Times stelt in een blogbericht dat internet de manier waarop politici aan politiek doen, verandert.

“Were it not for the Internet, Barack Obama would not be president. Were it not for the Internet, Barack Obama would not have been the nominee” – Arianne Huffigton, The Huffington Post

Miller citeert Arianne Huffington om aan te tonen dat internet cruciaal kan zijn in de campagne van een kandidaat. Via internet heb je een veel groter bereik, iets wat – zeker in Amerika – sponsors niet onberoerd laat. Daarnaast lijkt het alsof de politicus dichter bij de kiezer staat en meer rekening kan houden met diens wensen.

De rol van een journalist bestaat er in verkiezingstijd in om de kiezer te informeren. Is dit nog wel relevant als alle partijen en zo goed als alle kandidaten dat zelf al uitgebreid doen? Ja en wel om drie redenen. Ten eerste filtert de journalist de informatie. Er zijn weinig kiezers die de partijprogramma’s van alle partijen letterlijk lezen. Journalisten kunnen dat wel en halen daar dan de meest relevante en opmerkelijke punten uit. Ten tweede kunnen journalisten voorstellen aftoetsen aan de realiteit. Wat zou het betekenen als dit doorgaat? Is dit niet al eens voorgesteld? Is er een partij met een alternatief voorstel? Journalisten plaatsen de voorstellen in een context en kunnen er ook dieper op in gaan. Ten derde geven nieuwsmedia een extra dementie aan de info van kandidaten. Het is niet langer eenzijdige berichtgeving, er kan interactie zijn.Dat kan met een journalist in een interview, maar ook in een debat met zijn politiek concurrenten. Daarnaast moet opgemerkt worden dat nieuwsmedia ook gebruik maken van sociale media in het berichten over verkiezingen. Ze brengen de kijker, lezer of luisteraar niet alleen op de hoogte van de belangrijkste activiteiten van politici op sociale media, nieuwsmedia spreken hun publiek ook rechtstreeks aan om via diezelfde sociale media hun mening te laten horen. Zo getuigt ook het verkiezingsprogramma Zijn er nog vragen? op één of  De stem van Vlaanderen de stemtest van onder andere VTM en Het Laatste Nieuws.

Directe democratie 

Digitaal utopisten geloven dat al die vormen van democratische participatie zullen leiden tot een directe democratie. “Bij directe democratie nemen burgers rechtstreeks deel aan het besluitvormingsproces. (…) Het volk overlegt en beslist niet langer doorheen zijn verkozenen,maar doet dit in grote(re) mate zelf.” (Van Gompel et al., 2007). In praktijk komt deze vorm van democratie op natieniveau zelden voor omwille van haar praktische onhaalbaarheid. Op lokaal niveau is het wel realiseerbaar in de vorm van referenda, denk maar aan de recente volksraadpleging in Mechelen over het al dan niet terugplaatsen van de wijzerplaten op de de Sint-Romboutstoren.

Internet biedt mogelijkheden om meer mensen te bereiken op een goedkope en toegankelijke manier. Toch mogen we vergeten dat nog steeds vijftien procent van de België niet actief zijn op het internet en er dus nog wel degelijk sprake is van een digitale kloof (bron: ITU). De Amerikaanse onderzoekers Margolis en Resnick (2000) stellen daarnaast dat de meerderheid van de internetgebruikers op zoek is naar ontspanning op het net. Bovendien is het niet zo dat mensen de mogelijkheden die het internet hen tegenwoordig op het vlak van democratische participatie biedt ook effectief gaan benutten.Je kan mensen immers moeilijk gaan verplichten om via internet actief deel te nemen aan democratische acties.

democracy-is-a-virus-that-spreads-over-the-internet_1

bron: http://www.globecartoon.com/

Bronnen

“Percentage of Individuals using the Internet 2000-2012”, International Telecommunications Union (Geneva), June 2013, retrieved 22 June 2013

de Smaele, H., & Verschooten, C (04/12/2014): Nieuwe media en democratie: naar een democratisch Utopia? (ppt).

Hague, B.N. & Loader, B.D. (eds.). (1999). Digital democracy: discourse and
decision making in the information age. London: Routledge.

Margolis, M. & Resnick, D. (2000). Politics as usual: the cyberspace ‘revolution’. London; Thousand Oaks, CA; New Delhi: Sage Publications. 207-212.

Ogden, MR. (1996). Electronic power to the people: who is technology’s keeper on the cyberspace frontier? Technological Forecasting and Social Change 52: 119-133.

Putnam, R. D., Leonardi, R., & Nanetti, R. Y. (1994). Making democracy work: Civic traditions in modern Italy. Princeton university press.

Quintelier, Ellen. Lessen en nota’s politieke sociologie september – decemeber 2013. KU Leuven.

Van Gompel, Roland, Steyaert, Jo, Kerschot, Hugo, E-democratie in Vlaanderen, Stakeholderanalyse,studie in opdracht van het viWTA, Brussel, 2006.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s