De Graeve wil journalisten zien graven

De journalisten van de toekomst zullen dieper moeten graven om te overleven. Deze conclusie trok ik uit  de gastles van Frank De Graeve, een ex-journalist die nu voor het perscommunicatiebedrijf Check Twice werkt. We kunnen er immers niet om heen dat het internet en sociale media de journalistieke sector veranderden. Welke trends zullen er nu wel of niet komen en vooral hoe kunnen kranten daar het best op reageren?

Iedereen kan iedereen gebruiken

Doorgaans zijn profielen op sociale media openbaar, zeker van publieke figuren. Dat komt journalisten goed uit. Mensen met een Twitteraccount kan je ruwweg in twee groepen opdelen: de volgers en de werkelijke tweeters. Die laatste groep laat hun volgers weten waar ze zoal mee bezig zijn en sommigen becommentariëren ook nieuwsfeiten. Bart Van Belle, journalist bij De Standaard stelt in een blogbericht:

Het maatschappelijke debat speelt zich tegenwoordig deels af op sociale media. – Bart Van Belle

Dat heeft als voordeel voor journalisten dat ze niet langer expliciet om de mening van een interessant figuur moeten vragen. Ze staat immers te lezen op een sociaal medium. Zo kan je er bijna zeker van zijn dat Sven Nys op Twitter reageert op speculaties of opmerkelijke voorvallen in de koers. Ook als een opiniemaker zijn mening nog niet kenbaar maakte via een sociaal medium, kan een journalist toch gebruik maken van bijvoorbeeld Twitter. De drempel om iemand rechtstreeks te contacteren via een Twitterprofiel is veel kleiner dan als je eerst een telefoonnummer moet opzoeken om vervolgens te bellen. Het levert niet alleen tijdswinst op, de kans dat je werkelijk antwoord krijgt op een vraag ligt volgens De Graeve veel hoger. Dat blijkt ook uit een kwalitatief onderzoek bij Nederlandse journalisten in 2011 van Jan-Walter Molemaker. Een van de respondenten gaf aan dat Twitter in sommige gevallen dankbaarder is om reacties los te krijgen over een bepaalde kwestie.

“Zo nu en dan kun je een partij uit de tent lokken door licht provocatief, licht prikkelend te Twitteren over wat je aan het doen bent. En zo nu en dan laten weten, nou maat, als je geen commentaar geeft, prima, maar dit zet ik morgen in de krant. En wil je nu nog niet reageren?” – Wouter Bax, journalist bij Trouw

Naast de gestegen bereikbaarheid van potentieel interessante personen, kan je sociale media ook gebruiken om mensen met een bepaald profiel te contacteren. In het boek ‘Sociale media en journalistiek’ (2012) staat uitgelegd dat je met Twitter gemakkelijk op zoek kan gaan naar ooggetuigen van een bepaalde gebeurtenis door bepaalde zoektermen in te geven. Dat zoeken via sociale media heeft volgens De Graeve enkele voordelen. Ten eerste bereik je veel meer mensen dan dat je via mail of door rond te bellen zou kunnen contacteren. Daarnaast komt je boodschap terecht bij een geschikt publiek, want mensen op sociale media zijn doorgaans communicatiever ingesteld en zullen bijgevolg minder weigerachtig staan om hun ervaring te delen met een (nieuws)medium. Zoals geïllustreerd in onderstaande voorbeelden gebruiken journalisten en actualiteitsprogramma’s regelmatig Twitter om geschikte mensen te vinden. Flair lanceerde zelfs de hashtag #flairzoekt als het weekblad nog mensen met een bepaald profiel nodig heeft.kenjij

Knipsel

Flairzoekt

bron: www.twitter.com 

‘Speed is irrelevant it is going in the worng direction’ – Ghandi

Radio, tv of kranten hebben niet langer het monopolie om nieuws te verspreiden. Internet heeft dat alleenrecht verbroken. Nieuws verspreidt zich bovendien bijzonder snel op nieuwe media. Als het om 14 uur begint te branden in een school is de kans groot dat daar een halfuur later al melding van wordt gemaakt op sociale media. Je hoeft dus niet langer te wachten tot het volgende radionieuws of het journaal van 19 uur om op de hoogte te zijn. Snelheid lijkt als journalistieke waarde dus meer aan belang te winnen. Nieuwsmedia proberen elk het nieuws te claimen door er als eerste over te berichten. Ook als een site van een krant iets niet als eerste meldde, gaan ze het bericht overnemen en expliciet verwijzen naar de oorspronkelijke bron. In de lessen van nieuws en nieuwseffecten kaderden we dit fenomeen met de term fear of missing out (fomo). Op die manier mist een krant geen nieuws en door te verwijzen naar de oorspronkelijke bron, dekt de krant zich ook in voor mogelijk onnauwkeurigheden. Onderstaand voorbeeld toont een artikel gepuliceerd op hln.be waarin verwezen wordt naar Het Nieuwsblad.

dat schrijft

bron: http://www.hln.be/hln/nl/1275/Islam/article/detail/1728332/2013/10/24/Syriestrijders-trainen-in-de-Ardennen.dhtml

Als nieuwsconsument is het een aangenaam gegeven als je erop kan vertrouwen dat je via sociale media steeds op de hoogte kan zijn van het recentste nieuws. Maar gaat die snelheid niet al te vaak ten koste van accuraatheid en diepgang van berichtgeving? Op Twitter gebruiken sommige journalisten de tag #unconfirmed om onbevestigd nieuws toch al te verspreiden. Zoals onderstaand voorbeeld aantoont, doen na een incident allerlei geruchten de ronde over het aantal gewonden en/of doden en de identiteit van die slachtoffers. Dat vind ik eigenlijk nogal ongepast tegenover de betrokkenen. Als nieuwsconsument wacht ik bovendien liever een paar uur om dan correcte info te krijgen, dan elk halfuur een update te krijgen over hoeveel en wie mogelijk tot bij de slachtoffers hoort.

unconfirmed

bron: www.twitter.com

Daarom zal er in de hedendaagse digitale samenleving plaats blijven voor kranten. Ze kunnen zich zelfs expliciet profileren als een traag medium, niet alleen omdat ze ‘slechts’ om de 24uur met nieuws komen, maar ook omdat hun journalisten meer tijd krijgen om aan een verhaal te werken. Daarnaast zullen ze scoops kunnen brengen die minder in de waan van de dag verloren gaan. Ze domineert de kwestie rond LuxLeaks, een onderzoeksproject van een groep internationale journalisten, al ruim twee weken het politieke debat.  Zoals De Grave aanhaalde, hoeft een krant niet meer te brengen wat er gebeurde, maar wel hoe het is kunnen gebeuren of moet het op zoek gaan naar ‘verborgen’ nieuws. Dat achterhalen kost tijd en daar wil ik gerust op wachten en ook wel voor betalen, op voorwaarde dat de inhoud kwaliteitsvoller is dan wat ik op het internet kan vinden. Ik sluit me dan ook helemaal aan bij onderstaande quote van Frank De Graeve.

Het spreekt voor zich dat je van journalisten moeilijk kunt verwachten dat ze géén nieuws meer gaan brengen en dat zomaar overlaten aan de Twitteraars en Facebookers onder ons. Daarom denk ik dat er de komende jaren meer zal worden gegraven, dat de traditionele media steeds meer verhalen gaan brengen die niet vanzelf naar boven komen. – Frank De Graeve

Bronnen

De Graeve, Frank: 10 trends in de journalistiek (die er niet zijn). ppt + word document @ KU Leuven

Molemaker, J. W. Een kwalitatieve studie over de impact van nieuwe media op PR-professionals en journalisten.Universiteit van Amsterdam.

Opgenhaffen Michaël, & Van Belle Bart (2012). Sociae media en journalistiek. Lannoo Campus

Przybylski, A. K., Murayama, K., DeHaan, C. R., & Gladwell, V. (2013). Motivational, emotional, and behavioral correlates of fear of missing out.Computers in Human Behavior, 29(4), 1841-1848.

Van Belle Bart: Hoe sociale media een impact hebben op de journalistiek Geraadpleegd via http://www.finn.be/blogs/hoe-sociale-media-een-impact-hebben-op-de-journalistiek

Wijs.be Trendrapport 2013: The future belongs to those who prepare for it today.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s