0

Tot slot: overschat sociale media niet

Na zes weken en elf blogs over sociale media werd het tijd voor een slotdebat. Zijn sociale media echt onmisbaar voor journalisten en wat verandert burgerjournalistiek aan de sector in het algemeen? Mijn mening aan de hand van drie stellingen.

Een journalist die geen gebruik maakt van sociale media kan zijn beroep niet beoefenen

Hoe noodzakelijk zijn sociale media voor de journalistiek? Het blijft een moeilijke kwestie. Ook de journalisten zelf lijken verdeeld. Uit een journalistenenquête van Quadrant Communications bij 330 respondenten blijkt dat 62% van de respondenten Facebook professioneel gebruikt, voor Twitter is dat 51%. Dat aandeel zal de laatste twee jaar ongetwijfeld nog gestegen zijn. Sociale media laten je immers toe om op een gemakkelijke en snelle manier contacten te leggen en informatie op te zoeken, zo wordt algemeen aangenomen, maar klopt dat wel?

Valkuil 1: Op sociale media zijn er tonnen informatie te vinden. Niet al die informatie is even relevant en eigenlijk is het onbegonnen werk om al die reacties of profielen te checken. Je kan nooit iedereen volgen en maakt daarom onvermijdelijk een selectie. Daar is op zich niets mis mee. Toch valt het me steeds op dat politici vooral leden van hun eigen partij volgen en ook persoonlijk ben ik geneigd mensen te volgen die iets gemeen met mij hebben. Ik kom dus zelden in contact met andere, alternatieve meningen. Om zo waarachtig en evenwichtig mogelijk bericht te geven, lijkt het me essentieel om net wel met niet-mainstream en afwijkende ideeën geconfronteerd te worden. Sociale media kunnen wel degelijk een meerwaarde zijn voor journalisten, zo kunnen ze een een lijst samenstellen van persbureaus, instanties of individuen die interessant zijn voor hun professionele domeinen. Maar journalisten mogen niet in de val trappen om enkel vertrouwde en gelijkdenkende profielen te liken of volgen. In de kantlijn merk ik evenwel op dat ook journalisten die niet (professioneel) actief zijn op sociale media in deze val kunnen trappen door steeds dezelfde opiniemakers aan het woord te laten.

Valkuil 2: Op sociale media kan je snel iets opzoeken. Hoe vaak denk je niet: ik ga snel mijn Facebook checken en voor je het weet is het een halfuur later? Sociale media bieden potentieel heel wat nuttige informatie, maar het is niet altijd evident om die te vinden. Je bent immers razendsnel afgeleid. Als een journalist een stuk wil maken over het niet verkiezen van Delfine Persoon tot Sportvrouw van het Jaar, vindt die minstens acht Facebookpagina’s over haar, op Twitter staan  reacties te lezen van Roger De Vlaeminck en Jean-Marie De Decker en voor je het weet ben je via het Sporzaprofiel de foto’s van de galajurken aan het bekijken van de andere genodigden op het Sportgala. De grens tussen wat behoort tot noodzakelijke research en wat eigenlijk gewoon leuk is voor tussendoor, wordt vager. Vind je met andere woorden eigenlijk wel wat je zoekt via sociale media? Als je efficiënt informatie wil verzamelen, kunnen sociale media zeker een goede bron zijn, maar nooit de enige.

Zijn sociale media noodzakelijk voor een journalist, zoals bovenstaande stelling poneert? Neen, sociale media kunnen een goede aanvulling zijn voor het journalistieke werk, op voorwaarde dat journalisten ze niet eenzijdig en niet als enige bron gebruiken.

Amateurjournalisten die via het internet een groot publiek bereiken zijn een meerwaarde voor de journalistiek

Amateur- of burgerjournalisten brengen doorgaans nuttige extra’s bij een nieuwsfeit: ze hebben een orkaan gefilmd of kunnen iets relevant vertellen over een gebeurtenis omdat ze ooggetuige waren. Verschillende nieuwsmedia moedigen burgers ook expliciet aan om nieuws te delen. 4040 van de vtm nieuwsdienst geeft nieuwsdelende burgers zelfs de tips om voor genoeg licht te zorgen en om niet te praten tijdens het maken van een filmpje. Het is dan aan de professionele journalist om ten eerst de berichten met voldoende nieuwswaarde eruit te filteren en ten tweede die te kaderen. Als burgerjournalisten toch met iets compleet nieuw naar buiten komen, is er ook nog altijd een professioneel journalist nodig om het bericht op zijn minst te checken en misschien ook aan te vullen en extra te kaderen. De beroepsjournalisten hoeven dus niet te vrezen dat hun werk overgenomen zal worden door burgerjournalisten.

burgerjournalistiek-300x213

bron: http://dodebomen.nl/2012/11/12/journalistiek-voor-niet-journalisten/

Burgerjournalisten verspreiden hun boodschap over het algemeen via het internet. Sommigen gebruiken daarvoor profielen op sociale media, anderen verspreiden hun berichten via een persoonlijke blog. Sommige bloggers beschikken over kennis die in in traditionele media veel minder te vinden is. Zo word ik op de hoogte gehouden van nieuwe vegetarische producten via http://veggiesara.wordpress.com/ en haalde ik al heel wat inspiratie om milieubewuster te leven uit de blogberichten van greenevelien. Die gespecialiseerde blogs zijn niet alleen fijn voor geïnteresseerde internetgebruikers, ook bijvoorbeeld  automagazines kunnen blogs die schrijven over nieuwe modellen, als een meerwaarde zien. Beiden, de autojournalist en -blogger hebben immers hetzelfde doelpubliek en zouden dus kunnen samenwerken.

Ik ga dus akkoord met bovenstaande stelling en kan burgers alleen maar aanmoedigen om nieuws te delen. Als beroepsjournalisten dan ook effectief iets doen met hun berichten, geeft dat bovendien die delende burger een meer betrokken gevoel bij het nieuws.

De intrede van de burgerjournalistiek zorgt ervoor dat er meer verschillende ‘stemmen’ aan het woord kunnen komen

Iedereen die dat wil en daar voldoende middelen en vaardigheden voor heeft, kan een profiel aanmaken op een sociaal medium. Zelf aan burgerjournalistiek doen, is nog een stap verder want zelf berichten maken, vraagt toch wat meer inspanning dan een foto op Facebook te posten. Kleine politieke partijen of religieuze minderheden kunnen evenwel via blogs of sociale media hun standpunten bekend maken, want doorgaans komen die in traditionele media nauwelijks aan bod. Vanuit die standpunten kunnen ook die groepen hun visie geven op actuele kwesties en dus hun stem laten horen. Toch mogen we niet vergeten dat er nog steeds groepen niet gehoord worden via sociale media: de mensen die geen internettoegang hebben of niet over de juiste vaardigheden beschikken om actief te zijn op sociale media of blogs.

Bronnen

De Smaele, Hedwig & Verschooten Chris: Slotdebat nieuwe media en mediaconvergentie (ppt) KU Leuven.

Journalistenenquête, Quadrant Communications, mei 2012. Slides geraadpleegd via  http://www.slideshare.net/Fredegre/journalistenenqute-2012-quadrant-communications-medianet-vlaanderen?related=2

0

Internet lost bestaande ongelijkheden niet op

U, internetgebruiker behoort tot één van de gelukkigen die erin geslaagd is een internetverbindnig te claimen. Bovendien hebt u de weg gevonden naar mijn blog. Eigenlijk droom ik er stiekem van om iedereen naar mijn blog te leiden. Niet alleen omdat dat mijn ego enorm zou strelen, maar ook omdat de digitale kloof dan verdwenen zou zijn. Iedereen zou dan immers op de een of andere manier toegang hebben tot het internet en de vaardigheid hebben om de blog van een Belgische studente te ontdekken.

Term

De term digitale kloof (vertaling van digital divide) is multidimensionaal. Mariën en haar collega’s (2010) definiëren de term op basis van twee graden: “Digitale kloof van de eerste graad verwijst naar sociale exclusie veroorzaakt door het niet bezitten van ICT of toegang tot ICT.” Hier gaat het dus om het onderscheid tussen information haves en information have-nots of informatie-rijken en informatie-armen of nog een digitale kloof op nationaal niveau. Digitale kloof van de tweede graad verwijst dan naar “mechanismen van sociale uitsluiting veroorzaakt door verschillen in gebruik en vaardigheden.” In die zin kunnen we spreken van een digitale kloof op globaal niveau want landen halen op een ongelijke manier voordeel uit de verschillende vormen van informatie en technologie (de Smaele en Verschooten, 2014). Professor nieuwe media Leo Van Audenhove aan de VUB spreekt ook over een nieuwe digitale kloof:
“De nieuwe digitale kloof ligt in de vaardigheid om met informatie om te gaan: informatie zoeken en vinden, maar vooral informatie aanwenden in een strategisch voordeel, bijvoorbeeld om werk te zoeken. Veel mensen weten niet hoe ze hun voordeel kunnen doen met de toegang tot het internet”. – Leo Van Audenhove
Onderstaande figuur toont dat België een gemiddelde leerling is in de Europese klas wat betreft toegang tot het internet. Bijna acht op de tien Belgische huishoudens kon in 2012 op het internet surfen.

household internet

bron: Eurostat
Die tweede dimensie van de term is echter pas recent algemeen aanvaard geworden. Voorheen lag de focus enkel op de verschillen in toegang gebaseerd op sociodemografische tegenstellingen zoals jong-oud, arm-rijk of laagopgeleid-hoogopgeleid. Van Dijk (2005) stelt dat de toegang tot informatie- en communicatietechnologieën kortweg ict samenhangt met de financiële situatie van een individu. Computers en toegang tot internet mogen doorheen de jaren dan wel goedkoper geworden zijn, voor financieel kwetsbare groepen zoals kansarmen, laagopgeleiden of niet-actieven blijft de aanschaf relatief duur.

Ontwikkelingslanden

Toenmalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan bracht in 1999 de digitale kloof in verband met ontwikkelingslanden. De ongelijke verdeling van toegang tot internet en digitale vaardigheden spelen een rol in de traditionele problemen waarmee de ontwikkelingslanden worstelen. Vanuit die filosofie lanceerde Annan het One Laptop Per Child (OLPC) project in 2005. De bedoeling was om elke kind in bepaalde ontwikkelingslanden een laptop te geven die vooral voor onderwijs gebruikt zou worden. Op die manier zouden de kinderen in de eerste plaats kwaliteitsvol onderwijs kunnen genieten en bovendien ook hun digitale vaardigheden kunnen ontwikkelen. Het project faalde echter, onder meer wegens kinderziektes bij het laptopmodel en distributieproblemen.
De honger, armoede of sociale ongelijkheid oplossen met een computer, is nogal ambitieus. Het blijft een groot vraagteken of de digitale kloof zal verkleinen, vergroten of ooit onbestaande zal zijn. De socialestructuurbenadering  erkent het democratisch potentieel van technologie. De Britse professor Colin Sparks vreest dat het democratisch potentieel echter nooit tot uiting komen vanwege de bestaande ongelijkheden in samenlevingen. Zo blijkt ook uit onderstaande microdocumentaire van TED. Vrouwen hebben er minder toegang en bijgevolg minder digitale vaardigheden net omdat hun positie in de samenleving niet gelijk is aan die van de mannen. Pas als die genderongelijkheid weggewerkt zal zijn, zullen vrouwen op een zelfde manier vaardigheden kunnen verwerven via digitale media.

Journalistiek

Bart Van Belle, webredacteur bij De Standaard  spreekt ook van een digitale kloof tussen oudere en jongere journalisten. Oudere journalisten vinden het volgens hem niet altijd evident om steeds mee op de trein te springen van de snel veranderde digitale technologieën. Luc Coppens, een recent gepensioneerd economiejournalist bij De Standaard bevestigt dat in een interview dat ik afnam in het kader van het opleidingsonderdeel  nieuws en nieuwseffecten:

 Ik heb het aan mij laten voorbij gaan. Ooit – ik heb één tweet gestuurd, ooit (lacht). Jaren geleden. Ik heb daar twintig volgers aan overgehouden. Dat is alles. Nee, daar kan ik niet veel over vertellen. – Luc Coppens

Maar wat betekent de digitale kloof voor de journalistiek als sector? Voor de eerste dimensie van de definitie van de term is het vrij eenvoudig. Ongeveer twee op de tien Belgische huishoudens hebben geen internet en zullen bijgevolg geen online artikels of videofragmenten raadplegen. Dat lijkt me niet zo dramatisch aangezien er nog genoeg andere kanalen zijn waarop journalistiek een beroep doet zoals televisie, radio, kranten en magazines. De tweede dimensie van de digitale kloof, het ontwikkelen van vaardigheden om voordeel te halen uit het internet, kan wel een rol spelen voor de sector. Niet iedereen zal immers op dezelfde manier op zoek gaan naar nieuws op het internet. Sommigen lezen enkel koppen die ze zien passeren op hun Facebookpagina, anderen gaan naar de homepage van Deredactie.be, nog anderen lezen een volledige krant online en een niet te onderschatten deel leest enkel de reacties op bepaalde artikels al dan niet via een sociaal medium. Allen hebben een andere manier om met nieuws om te gaan en dat is maar goed ook, enkel op die manier kan er een divers medialandschap blijven bestaan. Het is echter nuttig om de oefening te maken wie welke informatie krijgt. Is het niet vaak zo dat wie enkel titels of reacties leest, in het algemeen minder geïnformeerd is en zich hoogstwaarschijnlijk ook lager op de sociale ladder bevindt? Als bachelor in de sociologie kan ik alleen maar ijveren om de bestaande sociale ongelijkheden niet te onderschatten en zeker het effect van digitale technologieën niet te overschatten. De digitale kloof is alleen maar een uiting van de reeds bestaande ongelijkheden.

Bronnen

de Smaele, H., & Verschooten, C. (11/12/2014). De digitale kloof (ppt). KU Leuven.

Mariën, I., Van Audenhove, L., Vleugels, C., Bannier, S., & Pierson, J. (2010). Digitale kloof van de tweede graad in Vlaanderen. Brussel: Onderzoeksrapport voor het Instituut Samenleving & Technologie (IST).

Nieuwe digitale kloof ook bij jongeren merkbaar (19/10/2010) De Redactie. Geraadpleegd via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.886651

Nosowitz, D. Has one laptop per child totally losts its way? From a un-distributed high-minded do-gooder machine to a middle-class western kid’s alternate christmas present: a cheap android tablet. Geraadpleegd via http://www.popsci.com/gadgets/article/2013-07/one-laptop-childs-de-evolution

Sparks, C.(2014)  What is the ‘Digital Divide’ and Why is it Important? in Media in Europe: New Questions for Research and Policy.

Van Belle, B. Technologische trends voor journalisten, presentatie tijdens de Nacht van de journalistiek 2011. Geraadpleegd via  http://www.slideshare.net/bartvanbelle/technologische-trends-voor-journalistiek

van Dijk, J. A. G. M. (2005). The deepening divide. Inequality in the information society.
Thousand Oaks, London, New Delhi: Sage.