0

#JeSuisCharlie

Advertenties
0

Iedereen digitaal? Ja, maar niet altijd en overal alstublieft

Onze Belgische samenleving digitaliseert op steeds meer domeinen. De overheid biedt diensten online aan, tv-zenders nodigen je uit om extra fragmenten online te bekijken en ook reserveren in een restaurant doe je tegenwoordig via het net. Deze evoluties zijn mooi meegenomen voor mensen die handig genoeg zijn met het internet. Er zijn echter ook mensen die die vaardigheden niet hebben en daarom kan en mag het digitale nooit allesoverheersend zijn.

E-inclusie

De term e-inclusie is verbonden met het concept digitale kloof en wel specifiek met de tweede dimensie: de ongelijke verdeling van vaardigheden om met digitale media om te gaan. Het gaat dus om veel meer dan al dan niet toegang hebben tot het internet (of de eerste dimensie). Mariën en Vleigels (2011) stellen dan ook dat “het idee dat het insluiten van mensen kan worden verwezenlijkt door een beleid dat louter focust op het verschaffen en verhogen van de materiële toegang tot ICT volledig achterhaald is.” Volgens diezelfde auteurs betekent digitale inclusie of e-inclusie “het herintegreren of sociaal insluiten van uitgesloten groepen”.

Ilse Mariën is onderzoekster aan de VUB is gespecialiseerd in sociale uitsluiting mechanismen die spelen bij nieuwe media. Ze stelt

” De druk om mee te gaan in het gebruik van digitale media neemt systematisch toe. Je moet mee, of je wil of niet. Van een vrije digitale keuze is in de Vlaamse maatschappij quasi geen sprake meer. Volwaardig participeren in levensdomeinen als onderwijs, cultuur, politiek of arbeid wordt zo goed als onmogelijk als je geen gebruik kan maken van digitale media.” – Ilse Mariën.

Er is volgens haar dan ook nood aan een Memorandum voor een Mediawijze en E-inclusieve samenleving. Mensen die digitaal uitgesloten worden, missen immers heel wat kansen om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Het memorandum roept op de (schaarse) middelen efficiënt te besteden en onder meer aandacht te hebben voor de specifieke noden van de verschillende doelgroepen en een laagdrempelig aanbod van computerlokalen en begeleiding te realiseren.

Wie

Het is niet verwonderlijk dat het net de mensen zijn die zich in een kwetsbare positie bevinden meer kans maken om uitgesloten te geraken van het digitale gebeuren. Het gaat meestal om mensen met onvoldoende financiële middelen of een gebrek aan kennis en vaardigheden om met een computer te werken. Dat laatste aspect wordt naar ik ondervind nog fel onderschat. Ook gemiddeldopgeleide veertigplussers die dus niet opgroeiden en studeerden met computers en internet, zijn niet altijd in staat digitaal hun weg te vinden. Zo ben ik het bijvoorbeeld die de foto’s van mijn ouders hun reizen laat afdrukken of de rekeningafschriften van mijn oma online afdruk.

Het is niet evident om de groep met een gebrek aan kennis en/of vaardigheden bij te scholen. Een groot deel van de groep is laagopgeleid en herinnert zich nog de negatieve schoolervaring uit het verleden. Tyler-Smith (2006) stelt dat het dan ook niet verwonderlijk is dat deze groep moeilijk te motiveren is om een vorming in eerste instantie te starten en in tweede instantie ook effectief met succes af te werken. Vranken & Vandenbosch (2007) stellen daarnaast dat mensen in een kansarme positie in geneigd zijn in hun vertrouwde, vrij homogene en ict-arme netwerk te blijven. Dat is onder meer te wijten aan eerdere afwijzende reacties van mensen buiten hun vertrouwde netwerk waardoor hun zelfvertrouwen en zelfbeeld op een laag pitje staan.

Meten

Hoeveel mensen worden nu precies digitaal uitgesloten? Op die vraag beten al veel onderzoekers hun tanden stuk. Het concept is immers niet zintuiglijk waarneembaar en is multidimensionaal. Ze is het niet voldoende na te gaan wie een computer gebruikt. Er is ook nood aan een internetverbinding en er zijn verschillende vaardigheidsniveaus. Zelfrapportering geeft een overschatting, vooral bij jongeren zo bleek uit onderzoek van Deursen (2010). Jongeren denken immers dat ze goed overweg kunnen met het internet, dat is doorgaans ook zo want hun operationele vaardigheden zijn goed. Als ze echter specifiek op zoek moeten gaan naar informatie blijkt dat al heel wat moeilijker.

Beleid

Het is nodig om aan beleid te voeren dat aandacht heeft voor e-inclusion. digitaal geletterde burgers geven immers heel wat voordelen volgens Mariën en Van Audenhove. Mensen die digitaal uitgesloten zijn, insluiten zorgt er ook voor dat ze op andere maatschappelijke domeinen niet langer uit de boot vallen. Het kan ook economische voordelen opleveren: werklozen met digitale vaardigheden zijn immers aantrekkelijker op de arbeidsmarkt. Toch ontbreekt vandaag een beleidsvisie op lange termijn en zijn vooral de middenveldorganisaties die initiatieven opzetten. Uit onderzoek van Mariën en vleugels (2011) blijkt dat Vlaamse middenveldorganisaties graag een centraal aanspreekpunt zouden hebben, waar ook de coördinatie van de projecten gebeurd.

De Digitale Week is ongetwijfeld het gekendste project rond digitale inclusie in Vlaanderen en Brussel. Het initiatief komt van LINC vzw en heeft als doel ‘iedereen zich thuis laten voelen in de kennismaatschappij’. De klemtoon ligt op locale laagdrempelige initiatieven waar getoond wordt hoe je op een kwalitatieve manier gebruik kan maken van digitale media. Het is niet alleen de bedoeling digitaal ongeletterden een duwtje in de rug te geven, het initiatief wil ook het ruimte publiek sensibiliseren en organiseert studiedagen voor het Vlaams parlement.

Digitale inclusie aanmoedigen is noodzakelijk, toch mag het geen excuus zijn om steeds meer diensten exclusief online aan te bieden. Als culturele centra je eerst vragen om online te registreren voor je een kaartje kan kopen voor een voorstelling, gaan we toch net iets te ver. De drempel voor digitaal ongeletterden wordt dan wel heel erg hoog om een optreden bij te wonen. Maar ook een digital native als ik vind het eigenlijk niet kunnen dat examenresultaten, diploma’s en inschrijvingen allemaal gecommuniceerd worden via digitale wegen. Het is niet alleen erg vervelend als je je in juli in een regio bevindt zonder internet, het is ook zo onpersoonlijk en koud als een scherm mij moet vertellen hoe mijn inspanningen van een trimester beloond worden.

 

Bronnen

De Digitale Week via http://www.digitaleweek.be/

Deursen, A.J.A.M. van (2010). Internet Skills: vital assets in an information society. University of Twente, Enschede.

Mariën, I., & Van Audenhove, L. MIDIS: meetinstrumenten voor digitale inclusie in steden. IBBT 
Digital 
Society Een 
onderzoeksvoorstel 
voor
 Digipolis
–
Gent
Mariën, I., & Vleugels, C. (2011). Van digitale kloof naar digitale inclusie: naar een duurzame ondersteuning van e-inclusie initiatieven in Vlaanderen.Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 39(4), 104-119.

Tyler-Smith, K. (2006) Early attrition amongst first time learners: A review of factors that contribute to drop-out, withdrawal and non-completion rates of adult learners undertaking eLearning programmes. In: Journal of Online Teaching (JOLT), 34p.

Vranken, J., & Vandebosch, H. (2007). Aan de onderkant van de technologische samenleving. Armoede en technologie. Een onderzoek naar de relatie tussen armoede en technologie. Brussel: Instituut voor Samenleving en Technologie (IST – viWTA).