0

Zoek eens verder dan uw Googleneus lang is

Google is ’s werelds meest gebruikte zoekmachine Of je nu de geboortedatum van Barack Obama, een recept voor pompoensoep of het verloop van de Golfoorlog wil kennen: Google geeft je het antwoord. Journalisten maken dan ook gretig gebruik van de zoekrobot. De monopoliepositie van de zoekrobot heeft echter enkele gevolgen waarvoor journalisten niet blind kunnen zijn.

Journalisten doen beroep op tal van bronnen om over nieuws te berichten. Naast de klassieke bronnen zoals nieuwsagentschappen, persberichten en informaten is het internet vandaag onmisbaar voor een journalist. De tijd dat telexen en persberichten gefaxt worden is al lang voorbij. Bovendien biedt internet ook toegang tot heel wat andere bronnen zoals sociale media, blogs, archieven en databases. Er zijn met andere woorden niet veel andere actoren, het zijn wel dezelfde via een ander kanaal.

De Vuyst, Raeymaekers en De Keyser voerde een een enquête uit bij 751 Vlaamse journalisten tussen december 2012 en februari 2013 over hun bronnengebruik. Daaruit bleek dat de traditionele bronnen zoals de telefoon, persberichten en buitenlandse media nog steeds het meest gebruikt zijn. Opvallend is dat de gewoonten over sociale media erg gepolitiseerd zijn: een derde van de respondenten geeft aan zelden of nooit blogs of sociale media te raadplegen. Het vergaren van nieuws is slecht een eerst stap. Daarna moet een journalist bronnen en feiten checken en eventueel bijkomende informatie opzoeken. Uit Duits onderzoek bij 235 journalisten in 2009 blijkt dat 47% van deze handelingen gebeurt via internet.

Voor veel journalisten start het internet met Google. Het biedt hen immers toegang tot informatie en op die manier kan je Google dus beschouwen als een journalistiek medium.  Net als zoals op Wikipedia zal je op Google geen nieuwe informatie vinden, het staat al vermeld ergens op het wereldwijde web. Google werkt volgens een algoritme waardoor veel aangeklikte pagina’s automatisch meer naar boven verschijnen in de resultatenlijst. Ook het aantal links vanaf andere websites speelt een rol. De zoekterm ‘Music for Life’ levert 1.060.000.000 resultaten op, toch zal niemand het in zijn hoofd halen die allemaal te bekijken. Zelfs de eerste tien links grondig bekijken, zal slechts een enkeling werkelijk doen. Gebruikers van Google, inclusief journalisten selecteren eigenlijk allemaal praktisch dezelfde informatie. Dit doet de self-referentiality van nieuwsmedia toenemen, die al op een verhoogd was na verschillende fusies van mediabedrijven. Zo zijn bepaalde sportberichten zijn exact hetzelfde op de site van Het Nieuwsblad en De Standaard zoals onderstaand voorbeeld illustreert. Dit bericht wordt dus via twee sites verspreid en kan dus ook twee keer voorkomen in de resultatenlijst van een zoekrobot.

DSNB

bronnen: http://www.standaard.be/cnt/dmf20141203_01409525 (links), http://www.nieuwsblad.be/sportwereld/cnt/dmf20141203_01409525 (rechts)

 

google_earth_65075

bron: www. lol-rofl.com

Kleinere, minder bekende (nieuws)sites komen niet makkelijk bovendrijven, net als alternatieve standpunten. Uit een oneindig web zoeken journalisten toch steeds naar dezelfde bronnen. Bronnen die bovendien geselecteerd worden door een commercieel bedrijf. Daarnaast  geven zoekrobots enkel info weer die te reduceren is naar een concrete link of terug te vinden is in het zogenaamde ‘surface visible web’. Naar schatting tachtig procent van alle info is echter te situeren in het ‘deep invisible web’. Het is info afkomstig van databases, die niet rechtstreeks gratis raadpleegbaar is of een niet-conventioneel formaat heeft (bron: Devine, & Egger-Sidder, 2004). Schatten van informatie worden dus genegeerd door zoekmachines.

Google is met voorsprong de grootste zoekrobot ter wereld, in Europa gebeuren 91% van alle zoekopdrachten via Google. Het bedrijf Google Inc zit ook achter Gmail, Picasa en Youtube. Google inc is gericht op het maken van winst. Reclame is dan ook niet weg te denken bij hun producten. Google inc heeft met andere woorden bijzonder veel macht over de alledaagse internetgebruiker waaronder journalisten. In 2010 startte de Europese Commissie al een onderzoek naar vermeend machtsmisbruik tegen Google. Eind november 2014 kwam de kwestie opnieuw op de Europese agenda. Dit keer vond de Commissie dat Google zijn monopolieposite misbruikte om surfers naar andere diensten zoals GoogleMaps of GoogleBooks door te verwijzen en zich dus schuldig maakte aan concurrentievervalsing. Wouter Devroe, professor mededingingsrecht aan de KU Leuven acht de kans groot dat er maatregelen zullen volgen: “De Commissie zal het onderzoek echt niet laten slabakken. In de regel trekken zij aan het langste eind eenmaal een onderzoek is opgestart, denk maar aan de zaak tegen Microsoft. Bovendien is zo’n dossier in handen van techneuten, die gaan echt niet toegeven aan gelobby, uit welke hoek dan ook.”

Hoe kunnen journalisten nu omgaan met de almacht van Google? De zoekrobot is immers voor velen onmisbaar vooral vanwege zijn snelheid en gebruiksgemak. Google afwisselen met Yahoo, Bing of duuraame variant Ecosia kan zeker geen kwaad, net als het gebruik van metazoekmachines zoals Dogpile of Metaeureka . Daarnaast zijn er ook gespecialiseerde zoekmachines zoals Wolframalpha voor cijfers en statistieken.

Bronnen

Descamp, F. (28/11/2014). Rottweiler los Google niet. De Morgen. geraadpleegd via http://www.demorgen.be/dmselect/rottweiler-lost-google-niet-a2135018/

Devine, J., & Egger-Sidder, F. (2004). Beyond google: the invisible web in the academic library. Journal of Academic Librarianship, 30 (40), 265-269.


De Vuyst, S., Raeymaekers, K., & De Keyser, J. (2013). Journalistiek 2.0? uitdagingen en mogelijkheden voor journalisten in de crossmediale omgeving. Nieuwsmonitor 16, steunpunt Media.

 

Machill, M. & Beiler, M. (2009). The importance of the internet for journalistic research. A multi-method study of the research performed by journalists working for daily newspapers, radio, television and online. Journalism Studies, 10(2), 178-2003.

Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Google_Inc. en http://nl.wikipedia.org/wiki/Google geraadpleegd op 3 december 2014.

0

Wikipedia is zo banaal nog niet

Wikipedia. Iedereen gebruikt het maar toch wordt het zelden naar waarde geschat. Zeker niet door professionele journalisten. Slechts tien procent van hen vermeldt het wanner ze de site als nieuwsbron gebruiken. Omdat Wikipedia volgens het Wiki-principe werkt heeft het toch enkele troeven die ook voor journalisten relevant zijn. Rudi Vrankx bewijst dat hij dat erkent met zijn project Vranckx & de nomaden.

Wiki’s zijn projecten of sites waar verschillende mensen aan samenwerken en tekst centraal staat. Ze zijn een typisch kenmerk van het Web 2.0. Het doel is om informatie te verzamelen op basis van kennis van verschillende schrijvers. Wagner (2004) noemt enkele kenmerken van wiki’s. Zo zijn wiki-projecten vrij toegankelijk voor iedereen maar wat het bewerken betreft is er wel een ongelijkheid: hoewel iedereen  op dezelfde manier kan meewerken aan een tekst is er een kleine elitie die de technische aspecten zoals lay-out bepaalt en uiteindelijk beslist wat wel en niet relevant is voor de tekst . De veranderingen op zo’n pagina gebeuren stapsgewijs en organisch. Daarnaast is er transparantie over die veranderingen: iedereen kan ze steeds raadplegen en bovendien becommentariënen. Er heerst een open klimaat van communicatie en discussie met een hoge tolerantie voor elkaars aanvullingen.

Het bekendst en meest gebruikte voorbeeld van een Wiki is ongetwijfeld Wikipedia, een encyclopedie opgericht in 2001 met ondertussen meer dan dertig miljoen artikels in 287 talen. De encyclopedie gaat duidelijk uit van de sterkte van collective wisdom. Ze gelooft dat iedereen andere kennis heeft over een bepaald onderwerp en door die samen te brengen krijg je een geheel van kennis. Wikipedia werkt volledig met vrijwilligers. Ze rekenenen niet alleen op hun inhoudelijke bijdrages, maar ook op hun financiële giften. De site is immers gratis toegankelijk en bant (voorlopig) alle reclame. Net omdat Wikipedia gemaakt wordt door vrijwilligers, komt de betrouwbaarheid wel eens ter discussie te staan. Bayer bracht in 2012 verschillende onderzoeken naar de betrouwbaar van de Engels- en Duitstalige Wikipedia’s samen en concludeerde dat die versies gemiddeld betrouwbaar waren. Het overgrote deel van de  Vlaamse journalisten is daar klaarblijkelijk ook van overtuigd. Volgens een onderzoek van Quadrant uit 2012 gebruikt 67% van hen Wikipedia als bron, maar toch zien we er zelden verwijzingen naartoe. Er is dus nog werk aan de status van Wikipedia als volwaardige nieuwsbron.

Wikipedia heeft tal van zusterprojecten zoals Wikiwoordenboek, Wikibooks, Wikiquote en Wikinews. Hoe relevant is Wikinews, dat beroep doet op burgerjournalistiek  voor professionele journalisten? Op dit moment niet zo erg. De Nederlandstalige versie werd in 2010, na vijf jaar stopgezet omdat er niet genoeg vrijwilligers waren die dagelijks artikels schreven (bron: Wikipedia). Ook de Engelstalige versie heeft slecht een beperkt succes. Toch zijn er enkele interessante principes van Wikinews die waardevol kunnen zijn voor de journalistiek. Bradshow erkende op zijn blog dat er op wiki’s over nieuws meer plaats is voor complexere onderwerpen. Je doet immers beroep op kennis van meerdere mensen en dat kan zorgen voor meer diepgang. Daarnaast hecht Wikinews veel aandacht aan transparantie. Alles wat te lezen is op Wikinews moet al eerder verschenen zijn en een verwijzing naar die eerdere publicatie staat bij elk bericht. Je zou kunnen stellen dat de vrijwillige journalisten op die manier hun bronnen checken. Iets wat professinele journalisten wel eens durven verzuimen. Tijdsdruk is een vaak gehoord excuus voor die nalatigheid. Net die tijdsdruk speelt veel minder op Wikinews. Er hoeft geen deadline gehaald worden voor publicatie of uitzending. De vrijwilligers schrijven wanneer het hen past en ik veronderstel enkel over onderwerpen die hen ook echt interesseren. Een gemiddelde bezoeker van Wikinews gaat ook niet op zoek naar het meest recente nieuws, maar zoekt er diepgang of achtergrondinformatie. Dat die informatie dan pas twee dagen na de feiten te lezen valt, zal voor de meeste van de Wikinewslezers geen probleem zijn. Misschien moet Wikinews zich dan ook wat meer profileren als een nieuwsmedium dat verder gaat dan de waan van de dag.

Naast Wikinews zijn de voorbeelden van nieuwsmedia die op basis van een wikisysteem werken zeldzaam. Buitenland- en oorlogsjournalist Rudi Vranckx doet wel een beroep op burgers die hij bovendien vaak treft via sociale media. Zo werkte hij al met een Koerdische slager uit Leuven die hij meenam als tolk naar het Midden-Oosten. Met het project Vranckx & de nomaden spreekt hij expliciet iedereen aan die iets te vertellen heeft over de wereld. Fotografen, reportagemakers en schrijvers kunnen terecht op de facebookpagina van Vranckx & de nomaden. Het project doet dus rekent dus op vrijwilligers en ook hier speelt de waan van de dag veel minder dan in een reportage voor het zevenuurjournaal. Anders dan in traditionele wiki’s staat hier niet perse een tekst centraal. Daarnaast is de bewerkbaarheid van een inzending eerder beperkt. Anderen kunnen wel reageren via Facebook, maar die reacties hebben toch een andere impact dan reacties in een tekst zelf. Vranckx wil de beste inzendingen ook een ruimer publiek geven dan de 3.722 volgers van de pagina. Met behulp van cyberjournalisten werkt hij daarom aan een site waar alles wat hij als journalist onderneemt, gebundeld wordt. Er zal daar ook plaats zijn voor bijdragen van Vranckx & de nomaden.

 

 

Bronnen

Bayer, T. (2012). acadmeic research about the reability of Wikipedia. Ppt: 7 januari 2012 in Taipei.

Bradshow, P. (10 september 2007). Are wiki’s the new blogs? Geraadpleegd via http://onlinejournalismblog.com/2007/09/10/wiki-journalism-are-wikis-the-new-blogs/

De Morgen (28 november 2014): Virutele Vranckx gaat op eigen benen staan. geraadpleegd via http://www.demorgen.be/tvmedia/virtuele-vranckx-gaat-op-eigen-benen-staan-a2134997/

De Redactie (8 september 2014) : word jij een van “De Nomaden” van Rudi Vranckx? Geraadpleegd via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/media/1.2081728

De Smaele, H. wiki’s in de journalistiek. Ppt: 27 november 2014.

Quadrant Communications (2012). Meerderheid Belgische journalisten gebruikt Twitter. Gent, 3 mei 2012

Vranckx, R. 12 novemer 2014 Leuven, mondelinge presenatie.

Wagner, C. (2004). Wiki: A technology for conversational knowledge management and group collaboration. The Communications of the Association for Information Systems, 13(1), 58.

Wikipedia: Wikinews, geraadpleegd via http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikinews op 29 november.

0

Blendl: abonnement op een persoonlijke krant

De krantensector is een sector onder druk: banen verdwijnen, uitgevers fuseren en het aantal krantenlezers daalt. De krant als drager van nieuws lijkt stilaan uit te sterven. Toch moet het zo’n vaart niet lopen als we meegaan in het model van Blendl.

Blendle is een site waar je losse artikels kan kopen en dus geen pakket van artikels geselecteerd door een krantenredactie. Oprichters Alexander Klöppling en Marten Blankesteijn wilden een manier van nieuws raadplegen creëren naar analogie van muziek beluisteren op iTunes. Je koopt enkel de nummers van een album je goed vindt of dus de artikels uit een krant die je interessant lijken. Klöppling legt in De Wereld Draait Door uit dat je als het ware een persoonlijke krant kan samenstellen.

Het Nederlandse concept slaat duidelijk aan: de site telt ondertussen 130.000 gebruikers en bovendien  investeerde de New York Times er in oktober drie miljoen euro in. Die interesse van andere uitgevers is te verklaren omdat uitgevers steeds de kostprijs per artikel bepalen: die ligt over het algemeen tussen de twintig en dertig cent. Toch blijft het afwachten of de site zal kunnen overleven. Een halfjaar de oprichting maakte de site nog verlies ondanks de investeringen.

‘Goede journalistiek kost geld’ – Alexander Klöppling

Blendle.nl erkent expliciet de kwaliteit die kranten leveren en probeert die dan ook te verspeiden.  Ze richten zich in het bijzonder op jongeren omdat die groep nauwelijks betaalt voor nieuws. Jongeren krijgen nu meestal toegang tot nieuws omdat ze een krant volgen op Facebook of omdat een bericht geretweet wordt op Twitter. Köppling haalt in Reyers Laat aan dat hij ‘vaak het verschil moet uitleggen tussen dat soort gratis nieuwsberichten en krantenartikels gemaakt door een krantenjournalist’. Sociale media zijn cruciaal voor de site: je kan berichten delen via Facenook of Twitter en bovendien kan je personen volgen, zowel vrienden als bekende personen en zien welke artikels zij lazen. Daarnaast kan je ook alle artikels over een bepaald onderwerp volgen die in alle kranten en tijdschriften verschenen.

En in Vlaanderen?

Tot nu toe kan je op Blendl naast artikels uit vrijwel alle Nederlandse kranten en tijdschriften, enkel artikels uit Humo, De Tijd en De Standaard kopen. Andere Belgische uitgevers wachten voorlopig nog af omdat de Vlaamse kranten het nog relatief goed doen. Het aantal abonnees steeg zelfs de afgelopen jaren (bron: CIM). Bovendien bieden abonnees zekerheid, ze staan garant voor de inkomsten van een jaar. als je artikels los te koop aan biedt, is het telkens opnieuw koffiedik kijken of en welke artikels verkocht zullen worden.

Hoewel ik een (tablet)abonnement heb op De Morgen, ben ik fan van Blendl. het zou doodzonde zijn als kranten failliet zouden gaan, ze bieden doorgaans immers artikelen van betere kwaliteit aan dan de gratis berichten op het internet. Bovendien ben je  als abonnee of papierenkrantenlezen niet langer gebonden aan de visie van die ene krant want je kan artikels over hetzelfde onderwerp gaan vergelijken in verschillende kranten. Hoe dan ook blijft de hamvraag in welke mate nieuwsconsumenten voor kwaliteitsvol nieuws willen betalen als je tegelijk overladen wordt door gratis nieuws.

 

Bronnen:

15 mei 2014, Thomas Smolders, Onze generatie moet betalen voor journalistiek opnieuw normaal vinden, De Morgen, geraadpleegd via  http://www.demorgen.be/tvmedia/blendle-onze-generatie-moet-betalen-voor-journalistiek-opnieuw-normaal-vinden-a1887557/

Alexander Klöppling in De Wereld Draait Door, geraadpleegd via http://www.youtube.com/watch?v=oid1raHVjoQ#t=143

3 november 2014,Alexander Köppling in Reyers Laat,  geraadpleegd via http://www.canvas.be/programmas/reyers-laat/e390d2ac-d9f8-4b1c-8348-2df711a63d43?guid=294253

27 oktober 2010, Kraak, Haro, ‘Op papier ben ik miljonair, maar Blendl maakt nog verlies geraadpleegd’, De volkskrant via http://www.demorgen.be/tvmedia/-op-papier-ben-ik-miljonair-maar-blendle-maakt-nog-verlies-a2102661/

Wim de Preter: online journalistiek economisch bekeken (ppt) met cijfers van CIM

0

Wat journalisten van bloggers leren kunnen

Als ik blog zeg, denk je waarschijnlijk spontaan aan blogs vol modetips, recepten, bijzondere levensverhalen of blogs van politici. Hoewel nieuwsblogs in Vlaanderen schaars zijn, kunnen journalisten toch wat opsteken van bloggers en hun opvattingen over objectiviteit.

In Vlaanderen bestaan er weinig blogs die zich enkel toespitsen op nieuws. Bloggers die dat wel doen becommentariëren doorgaan bepaalde events en geven expliciet hun eigen opinie weer. Luc Van Brackel, een blogger met meer dan tien jaar ervaring trekt het begrip journalistiek openlijk in twijfel. Hij verwacht dat de term zal verdwijnen ‘omdat vrijwel iedereen in staat zal zijn om journalistiek te bedrijven’.  In zijn bericht 10 lessen uit 10 jaar bloggen argumenteert hij:

‘Ik heb nogal wat twijfels over de waarde van het begrip “journalistiek”. Ik vind het een term uit het verleden, uit een tijd toen schrijven voor een ruim publiek over actualiteit een kunst en een privilege was van kleine schare mensen die daartoe opgeleid waren.’ – Luc Van Brakel

Van Brakel haalt terecht aan dat berichten over nieuws en bij uitbreiding schrijven in het algemeen niet langer voorbehouden is voor een bepaalde elite. In de recentste Belgian Social Media Monitor van B.V.L.G.kunnen  we vaststellen dat steeds meer Belgen zijn actief op Facebook, Twitteren, LikedIn. Ook het aantal Nederlandstalige blogs blijft stijgen. Uiteraard schrijven niet al deze sociale mediagebruikers over nieuws en degene die dat wel doen, doen dat vanuit een andere rol dan de journaliste die voor een traditioneel nieuwsmedium zoals radio, tv of krant werkt.

Te eerste kan je een blog niet beschouwen als publieke dienstverlening. Blogs mogen dan wel makkelijk toegankelijker en goedkoper zijn dan bijvoorbeeld kranten, toch is hun lezerspubliek doorgaans beperkter. Belangrijker echter is hun verschillende visie op de waarheid. Voor journalisten is waarachtig berichten van levensbelang, pas als iets gecheckt is, zou het mogen worden verspreid. De verificatie vindt dus plaats voor publicatie. Bloggers daarentegen geven hun versie van de waarheid meer. Bloggers willen inzicht geven in hun visie van de werkelijkheid en willen dat verantwoorden met persoonlijke argumenten. Zij vinden transparantie belangrijker dan objectiviteit. Op een doorsnee blog kan je dan ook verschilde linken naar andere bronnen terugvinden.

Hoe houdbaar is die journalistieke claim op objectiviteit vandaag nog? In de lessen taal en ideologie werd duidelijk dat objectiviteit nastreven eigenlijk niet haalbaar is. Elk individu, dus ook journalisten hebben immers een eigen visie op de werkelijkheid en geven die dan ook weer wanneer ze daarover berichten. Nieuws wordt met andere woorden gemaakt of geconstitueerd. Alleen lijken journalisten zich daar niet altijd van bewust.  Sjoerd de Jong, de ombudsman van de Nederlandse krant nrc stelde in 2013 echter dat objectiviteit ook een waardeoordeel is als het gezien wordt als een synoniem van neutraal, onpartijdig en onafhankelijk en die betekenis vrij onzinnig is.Hij citeert er ook Margaret Sullivan, journaliste bij The New York Times.

‘Als ‘onpartijdigheid’ betekent dat je in elk artikel altijd evenveel ruimte moet geven aan verschillende opvattingen, dan zijn we beter af zonder dat begrip. Probeer liever de waarheid te achterhalen. Maar dat kan vereisen dat een journalist zijn opvattingen achterwege laat om informatie eerlijk te beoordelen. Als dát onpartijdigheid is, is het niet alleen nog steeds de moeite waard, maar absoluut noodzakelijk.’-Margaret Sullivan

Ook Gerard Smit schreef in de paradox van de journalistieke objectiviteit het naakte feit niet bestaat en objectieve verslaggeving over feiten bijgevolg onmogelijk is. Ik denk dat alle journalisten vroeg of laat zullen inzien dat een positivistische visie op de werkelijkheid niet langer houdbaar is. Bloggers hebben dat al begrepen en behandelen nieuws op een constructivistische manier. Ik ben benieuwd of en wanneer journalisten zullen volgen.

truth

bron: http://www.denieuwereporter.nl/2012/05/paradox-van-de-journalistieke-objectiviteit/

 

bronnen

Objectieve journalistiek achterhaald? ik dacht het niet Geraadpleegd via, http://www.nrc.nl/ombudsman/2013/03/15/objectieve-journalistiek-achterhaald-ik-dacht-het-niet/

Belgian Social Media Regulator- oktober 2014, geraadpleegd via http://bvlg.blogspot.be/2014/10/belgian-social-media-monitor-oktober.html

10 lessen uit 10 jaar bloggen, geraadpleegd via http://lvb.net/node/9093

De paradox van de journalistieke objectiviet, geraadpleegd via http://www.denieuwereporter.nl/2012/05/paradox-van-de-journalistieke-objectiviteit/

de Smaele, H. & Verschooten, C. (2014). Nieuwe media en mediaconvergentie. (powerpoint)

Lams, L. hoorcolleges september – november 2014.

0

Krantenjournalisten op het internet

Hoewel krantensites vaak dezelfde artikelen online plaatsen die in hun papieren versie verschijnen, zijn er toch enkele fundamentele verschillen tussen beide media. Het internet is immers veel toegankelijker, biedt interactieve mogelijkheden en is bijgevolg veel complexer. Is het daarom niet aangewezen om een aparte ethiek te ontwikkelen voor krantenjournalisten wiens artikelen ook online verschijnen?

Toegang

Online journalistiek onderscheidt zich van ‘geprinte’ journalistiek op een aantal vlakken. Ten eerste is het net makkelijker bereikbaar. Uit een studie van Eurostat blijkt dat tachtig procent van de Belgen minstens eens per week surft. Dat staat in contrast met het aantal krantenlezers: in Vlaanderen schommelt dat al enkele jaren rond de 58% (bron: CIM). Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat krantenlezers meer moeite moeten doen dan internetters. Die laatste groep hoeft geen krantenabonnement te regelen of langs de krantenwinkel te gaan. Bovendien kan de online nieuwslezer ook actief op zoek gaan naar nieuws dat hem of haar interessant lijkt.

Interactie

Een tweede cruciaal verschil is dat online journalistiek interactief potentieel heeft. Artikels op krantensites kunnen gedeeld worden op sociale media, journalisten tweeten over hun net geschreven bericht en nieuwslezers kunnen commentaar geven op de meeste krantensites. De journalist deelt dus als het ware de online sfeer met andere gebruikers. Sites als hetnieuwsblad.be en hln.be moedigen hun lezers bovendien aan om zelf nieuws te melden. Daarnaast gebeurt het ook dikwijls dat een reactie op sociale media op nieuwsfeiten zelf niews wordt. Denk maar aan de reactie van Sven Nys op de geruchten rond een relatie met Christoff.

Rol journalist

De komst van het internet bood kranten in de eerste plaats veel voordelen. Ze konden veel korter op de bal spelen, hun publiek verbreden en nieuwe adverteerders aantrekken. Tegelijk kunnen we er niet omheen dat de rol van de journalist complexer is geworden. Een doorsnee journalist gebruikt immers zijn ook sociale media voor privédoeleinden. Mag een journalist in die rol van privépersoon een kant kiezen in een debat of moet hij ten allen tijden neutraal blijven? Aan de ene kant heeft een journalist net als elke persoon recht op een eigen mening. Anderzijds is het moeilijk om een journalist uit die professionele rol te zien. Voor een televisiejournalist ligt dat nog veel lastiger omdat die over het algemeen bekender is dan een journalist die voor een krant schrijft. Het is een moeilijke oefening denk maar aan de tweets van vrt-journalist Tom Van de Weghe rond de aanstelling van Maggy De Block als Minister van Volksgezondheid.

Bovendien blijikt uit een Delphi-studie (2010)  dat media-experts meer objectiviteit verwachten van online journalisten dan van journalisten die voor een traditioneel medium werken. Misschien kan er een logo of hashtag ontwikkeld worden, die duidelijk moet maken wanneer het om de persoonlijke mening van de journalist gaat. Of nog beter, misschien moet de journalist een duidelijk onderscheid maken tussen een professioneel en een persoonlijk account.

Wat er ook van komt, een ethiek voor journalisten op het internet heeft dan wel niet de hoogste urgentie, baadt het niet dan schaadt het niet.

 

Bronnen:

Eurostat geraadpleegd via http://epp.eurostat.ec.europa.eu/statistics_explained/index.php/File:Internet_use_and_frequency_of_use_by_individuals,_2013_(%25_of_individuals).png

van der Wurff, R.,  & Schönbach, K. (2010), Wensleijkheid en haalbaarheid van een aprte gedragscode voor onlinejournlaitsiek: resultaten van een Delphi studie. Geraadpleegd via https://cygnus.cc.kuleuven.be/bbcswebdav/pid-14610190-dt-content-rid-33655600_2/courses/B-KUL-HMJ31a-1415/Wenselijkheid%20en%20haalbaarheid%20aparte%20deontologie%20online%20media.pdf

Cim rappoer 2012/2013 Geraadpleegd via http://images.persgroepadvertising.be/dpa/website/brochures/20140320_CIM/CIM2014_NL.pdf

11 oktober 2014, ‘Minister van Volksgezondheid met obisitas is niet geloofwaardig’. Geraadpleegd via: http://www.standaard.be/cnt/dmf20141011_01315880

4 november 2014, Sven Nys ontkent relatie met Christoff. Geraadpleegd via http://www.hln.be/hln/nl/959/Bizar/article/detail/2111301/2014/11/04/Sven-Nys-ontkent-relatie-met-Christoff.dhtml

0

Tablet in de kleuterklas?

Iedereen lijkt het erover eens te zijn dat computers en ict nodig zijn in de klas. Toch moeten we volgens psychiater Manfred Psitizer oog hebben voor de gevolgen van een overload aan digitale media bij kinderen en jongeren. Technologisch utopisten klagen daarentegen de gedateerde manier van lesgeven aan en scholen niet anticiperen op de technologische veranderingen.

Digitale dementie

Manfred Psitzer publiceeerde in juni 2013 het boek ‘Digitale dementie’ waarin hij weinig positiefs laat horen over de invloed van digitale media op de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Zo zou ons geheugen minder goed ontwikkelen door het gebruik van de computer. Informatie die we van het internet halen, zouden we immers minder grondig verwerken. In ons achterhoofd weten we toch dat we het steeds terug kunnen vinden op het net. In het Nederlandse programma Brandpunt waarschuwt de Duitse  psychiater bovendien dat continue blootstelling aan digitale media kan zorgen voor hersenschade zoals vroegtijdige dementie.

Steve Jobs-school

Psitzer haalt verschillende studies aan die beweren dat computergebruik bij jongeren kan leiden tot aandachtsstoornissen, leesproblemen of sociaal isolement. Heel anders klinkt het op de Nederlandse Steve Jobs-scholen waar elke kind een tablet heeft. Oprichter van die scholen, Maurice de Hond, zei in een koppenreportage in september dat klassieke scholen verkeerd omgaan met ict: ‘Je moet kinderen een tablet meegeven naar huis, zodat de school meer is dan het fysieke gebouw, zo verplaats je de leeromgeving en kan je er ook ouders actief in betrekken.’ Hij ijvert met andere woorden voor een heel nieuwe schoolervaring en breekt met het klassieke klasmodel waar kinderen gezamenlijk met pen en papier dezelfde dingen aan het doen zijn.

Saskia Van Nuffelen, hoofd van Ericsson Beleux en Belgisch IT-ambassadrice, deelt die mening. Ze stelde in 2012 al in een interview met De Morgen dat ‘kinderen eenmaal op de schoolbanken terug gekatapulteerd worden naar de middeleeuwen in plaats van voort te bouwen op de digitale wereld die ze kennen’. Ze pleit dan ook voor een cultuur-en mentaliteitswijzing waar ICT centraal staat. Van Nuffelen noemt zichzelf een vurig pleitbezorger van geïntegreerd ICT-onderwijs: ‘Laten we afstappen van het idee dat je voor les A handboek A nodig hebt en voor les B handboek B.’

Moeten scholen nu alle handboeken plaats laten ruimen voor tablets? Dat lijkt me toch nog een stap te ver. Het klopt volgens mij dat veel scholen nog niet ten volle gebruik maken van de mogelijkheden van digitale media. De discussie over de mogelijk nadelige effecten van het gebruik van digitale media bij (jonge) kinderen, doet me denken aan de klimaatkwestie; voor elke wetenschappen die zus zegt, is er ook wel eentje die het tegenovergestelde beweert. Ik geloof dat digitale media een handig hulpmiddel kunnen zijn bij leerprocessen van kinderen. Ik geloof niet dat het een goed idee is om elke zesjarige uitsluitend een tablet te geven, want zeg nu zelf, zo’n zelfgeschreven nieuwjaarsbrief in je mooiste geschrift voordragen is toch veel fijner dan het aflezen van een tabletscherm.

cartoon

bron: blog.cisco.com

Bronnen:

11 april 2012, De Morgen: Maak van elke school een Steve Jobs-school, geraadpleegd via http://www.demorgen.be/binnenland/maak-van-elke-school-een-steve-jobs-school-a1421500/

23 juni 2013: Brandpunt: Het gewist geheugen, geraadpleegd via http://brandpunt.kro.nl/seizoenen/2013/afleveringen/23-06-2013/fragmenten/het-gewiste-geheugen/

25 september 2014: Koppen: school van de toekomst, Geraadpleegd via http://www.een.be/programmas/koppen/de-school-van-de-toekomst