0

Internet lost bestaande ongelijkheden niet op

U, internetgebruiker behoort tot één van de gelukkigen die erin geslaagd is een internetverbindnig te claimen. Bovendien hebt u de weg gevonden naar mijn blog. Eigenlijk droom ik er stiekem van om iedereen naar mijn blog te leiden. Niet alleen omdat dat mijn ego enorm zou strelen, maar ook omdat de digitale kloof dan verdwenen zou zijn. Iedereen zou dan immers op de een of andere manier toegang hebben tot het internet en de vaardigheid hebben om de blog van een Belgische studente te ontdekken.

Term

De term digitale kloof (vertaling van digital divide) is multidimensionaal. Mariën en haar collega’s (2010) definiëren de term op basis van twee graden: “Digitale kloof van de eerste graad verwijst naar sociale exclusie veroorzaakt door het niet bezitten van ICT of toegang tot ICT.” Hier gaat het dus om het onderscheid tussen information haves en information have-nots of informatie-rijken en informatie-armen of nog een digitale kloof op nationaal niveau. Digitale kloof van de tweede graad verwijst dan naar “mechanismen van sociale uitsluiting veroorzaakt door verschillen in gebruik en vaardigheden.” In die zin kunnen we spreken van een digitale kloof op globaal niveau want landen halen op een ongelijke manier voordeel uit de verschillende vormen van informatie en technologie (de Smaele en Verschooten, 2014). Professor nieuwe media Leo Van Audenhove aan de VUB spreekt ook over een nieuwe digitale kloof:
“De nieuwe digitale kloof ligt in de vaardigheid om met informatie om te gaan: informatie zoeken en vinden, maar vooral informatie aanwenden in een strategisch voordeel, bijvoorbeeld om werk te zoeken. Veel mensen weten niet hoe ze hun voordeel kunnen doen met de toegang tot het internet”. – Leo Van Audenhove
Onderstaande figuur toont dat België een gemiddelde leerling is in de Europese klas wat betreft toegang tot het internet. Bijna acht op de tien Belgische huishoudens kon in 2012 op het internet surfen.

household internet

bron: Eurostat
Die tweede dimensie van de term is echter pas recent algemeen aanvaard geworden. Voorheen lag de focus enkel op de verschillen in toegang gebaseerd op sociodemografische tegenstellingen zoals jong-oud, arm-rijk of laagopgeleid-hoogopgeleid. Van Dijk (2005) stelt dat de toegang tot informatie- en communicatietechnologieën kortweg ict samenhangt met de financiële situatie van een individu. Computers en toegang tot internet mogen doorheen de jaren dan wel goedkoper geworden zijn, voor financieel kwetsbare groepen zoals kansarmen, laagopgeleiden of niet-actieven blijft de aanschaf relatief duur.

Ontwikkelingslanden

Toenmalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan bracht in 1999 de digitale kloof in verband met ontwikkelingslanden. De ongelijke verdeling van toegang tot internet en digitale vaardigheden spelen een rol in de traditionele problemen waarmee de ontwikkelingslanden worstelen. Vanuit die filosofie lanceerde Annan het One Laptop Per Child (OLPC) project in 2005. De bedoeling was om elke kind in bepaalde ontwikkelingslanden een laptop te geven die vooral voor onderwijs gebruikt zou worden. Op die manier zouden de kinderen in de eerste plaats kwaliteitsvol onderwijs kunnen genieten en bovendien ook hun digitale vaardigheden kunnen ontwikkelen. Het project faalde echter, onder meer wegens kinderziektes bij het laptopmodel en distributieproblemen.
De honger, armoede of sociale ongelijkheid oplossen met een computer, is nogal ambitieus. Het blijft een groot vraagteken of de digitale kloof zal verkleinen, vergroten of ooit onbestaande zal zijn. De socialestructuurbenadering  erkent het democratisch potentieel van technologie. De Britse professor Colin Sparks vreest dat het democratisch potentieel echter nooit tot uiting komen vanwege de bestaande ongelijkheden in samenlevingen. Zo blijkt ook uit onderstaande microdocumentaire van TED. Vrouwen hebben er minder toegang en bijgevolg minder digitale vaardigheden net omdat hun positie in de samenleving niet gelijk is aan die van de mannen. Pas als die genderongelijkheid weggewerkt zal zijn, zullen vrouwen op een zelfde manier vaardigheden kunnen verwerven via digitale media.

Journalistiek

Bart Van Belle, webredacteur bij De Standaard  spreekt ook van een digitale kloof tussen oudere en jongere journalisten. Oudere journalisten vinden het volgens hem niet altijd evident om steeds mee op de trein te springen van de snel veranderde digitale technologieën. Luc Coppens, een recent gepensioneerd economiejournalist bij De Standaard bevestigt dat in een interview dat ik afnam in het kader van het opleidingsonderdeel  nieuws en nieuwseffecten:

 Ik heb het aan mij laten voorbij gaan. Ooit – ik heb één tweet gestuurd, ooit (lacht). Jaren geleden. Ik heb daar twintig volgers aan overgehouden. Dat is alles. Nee, daar kan ik niet veel over vertellen. – Luc Coppens

Maar wat betekent de digitale kloof voor de journalistiek als sector? Voor de eerste dimensie van de definitie van de term is het vrij eenvoudig. Ongeveer twee op de tien Belgische huishoudens hebben geen internet en zullen bijgevolg geen online artikels of videofragmenten raadplegen. Dat lijkt me niet zo dramatisch aangezien er nog genoeg andere kanalen zijn waarop journalistiek een beroep doet zoals televisie, radio, kranten en magazines. De tweede dimensie van de digitale kloof, het ontwikkelen van vaardigheden om voordeel te halen uit het internet, kan wel een rol spelen voor de sector. Niet iedereen zal immers op dezelfde manier op zoek gaan naar nieuws op het internet. Sommigen lezen enkel koppen die ze zien passeren op hun Facebookpagina, anderen gaan naar de homepage van Deredactie.be, nog anderen lezen een volledige krant online en een niet te onderschatten deel leest enkel de reacties op bepaalde artikels al dan niet via een sociaal medium. Allen hebben een andere manier om met nieuws om te gaan en dat is maar goed ook, enkel op die manier kan er een divers medialandschap blijven bestaan. Het is echter nuttig om de oefening te maken wie welke informatie krijgt. Is het niet vaak zo dat wie enkel titels of reacties leest, in het algemeen minder geïnformeerd is en zich hoogstwaarschijnlijk ook lager op de sociale ladder bevindt? Als bachelor in de sociologie kan ik alleen maar ijveren om de bestaande sociale ongelijkheden niet te onderschatten en zeker het effect van digitale technologieën niet te overschatten. De digitale kloof is alleen maar een uiting van de reeds bestaande ongelijkheden.

Bronnen

de Smaele, H., & Verschooten, C. (11/12/2014). De digitale kloof (ppt). KU Leuven.

Mariën, I., Van Audenhove, L., Vleugels, C., Bannier, S., & Pierson, J. (2010). Digitale kloof van de tweede graad in Vlaanderen. Brussel: Onderzoeksrapport voor het Instituut Samenleving & Technologie (IST).

Nieuwe digitale kloof ook bij jongeren merkbaar (19/10/2010) De Redactie. Geraadpleegd via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.886651

Nosowitz, D. Has one laptop per child totally losts its way? From a un-distributed high-minded do-gooder machine to a middle-class western kid’s alternate christmas present: a cheap android tablet. Geraadpleegd via http://www.popsci.com/gadgets/article/2013-07/one-laptop-childs-de-evolution

Sparks, C.(2014)  What is the ‘Digital Divide’ and Why is it Important? in Media in Europe: New Questions for Research and Policy.

Van Belle, B. Technologische trends voor journalisten, presentatie tijdens de Nacht van de journalistiek 2011. Geraadpleegd via  http://www.slideshare.net/bartvanbelle/technologische-trends-voor-journalistiek

van Dijk, J. A. G. M. (2005). The deepening divide. Inequality in the information society.
Thousand Oaks, London, New Delhi: Sage.